Samen Beslissen: Keuze zonder begrip is een pseudo-keuze

(gepubliceerd in oktober nummer De Jonge Specialist, blad vereniging medische specialisten in opleiding)

CLASH OF CLANS

Het lijkt een belangrijke discussie. Online inzage door de patiënt in zijn eigen status. Goed idee, slecht idee. Welles, nietes. Persoonlijk vind ik het een non-issue. Natuurlijk gaat dat gebeuren en natuurlijk gaat dat voor veel vragen en onrust zorgen. Case closed. Kunnen we het nu weer over de essentie hebben? De échte hamvraag is: welke behoefte heeft de patiënt en hoe vervullen wij die?

Er is namelijk een strijd gaande.clash-of-clans Voor de traditionele clan is geneeskunde het territorium van de dokters en wetenschap-pers. Ziekten moeten gestructureerd en evidence based aangepakt worden. Wearables, Big data en andere ‘revoluties’, zullen net als antibiotica, endoscopie en radiologie door ons opgenomen worden in de normale geneeskunde. En patiënten vinden eigen regie toch vaak te moeilijk of zelfs ongewenst, zo is de gedachte. Terechte argumenten. Medisch gezien doen we het prima, maar we laten ook grote steken vallen. Patiënten worden matig geïnformeerd en krijgen daarmee weinig grip op hun ziekte. Daarom gaat het merendeel naar Dr. Google rondom het consult.

De andere partij, de innovatieclan, waar veel niet-dokters in zitten, heeft ook een punt. De maatschappelijke omwenteling door computers en internet zal ook de medische branche niet voorbij gaan. Het kennismonopolie van dokters is verdwenen en daarmee een stuk autoriteit en legitimiteit. Medische kennis is voor iedereen beschikbaar en het aantal patiënten dat daarmee goed om kan gaan, groeit. Je kunt als dokter niet meer tegen een medische richtlijn ingaan die voor patiënten in enkele muisklikken beschikbaar is. En met zijn toenemende kennis wil de patiënt (terecht) meer uitleg en zeggenschap over de persoonlijke behandeling.

Er is dus een territoriumstrijd gaande. Als aios en jonge specialist is het zaak om niet in een loopgraaf terecht te komen, maar de verbinding te zoeken. We kunnen het territorium groter maken en delen, met als resultaat een individuele behandeling met de beste wetenschappelijke onderbouwing. Samen beslissen met de patiënt is een groeiende maatschappelijke trend en het logische vervolg op evidence based medicine. Hiermee keren we terug naar onze roots. Geneeskunde draait immers om de individuele patiënt en de menselijke maat, niet de ziekte. Elke patiënt heeft zijn eigen begripsniveau, sociale situatie en voorkeuren. Die staan niet in protocollen, dat is mensenwerk. En daarin kunnen wij onze toegevoegde waarde bewijzen. Personalized medicine in optima forma.

Om terug te komen op online inzage; dat is slechts een middel. De behoefte van de patiënt is grip en begrip omtrent zijn ziekte en behandeling. De innovatieclan denkt dat dat gebeurt door online inzage, maar die is meestal verwarrend en de context ontbreekt. Bovendien is de acceptatie door patiënten minimaal, ook omdat elke zorgverlener zijn eigen portaal heeft. Patiëntgerichte, herhaalbare informatie is veel belangrijker. En dat lukt je niet met de traditionele mondelinge uitleg in een consult, want de helft is daarna verdwenen. Begrijpelijke, relevante, deelbare informatie zorgt voor begrip. Video en ehealth tools kunnen enorm helpen. Voor, in en na het consult, in het portal en in patiënt zijn mailbox. Als de behoefte van grip en begrip vervuld is, zullen waar-schijnlijk maar enkele patiënten de moeite nemen om te lezen wat wij opgeschreven hebben in hun medische status.

Dan pas kun je samen beslissen. Want keuze zonder begrip is geen keuze, maar een pseudo-keuze. En begrijpelijke informatie kunnen we beter samen maken. allemaal dezelfde protocollen, folders, tools en video’s maken is tijdsverspilling. Het internet is er om te delen. Dat is de norm. Medische kennis is niet meer ons monopolie of onze toegevoegde waarde. Patiënten behandelen wel. Want ziektes behandel je met een protocol, maar patiënten behandel je met een persoonlijk plan, gebaseerd op je ervaring en expertise en passend bij hun situatie. Bij een dokter die een patiënt als medemens behandelt, kom je terug. Zo houdt de moderne medisch specialist ook in de toekomst zijn waarde.

 

 

Pas op met lekkere hapjes voor BEREGEBRUIK

(column gepubliceerd in Skipr-Lucide ICT special 2016)

“Begin met het brood!” Deze oproep deed ik op Skipr.nl. Ik doelde daarmee op de gevaarlijke verleidingen bij e-health. Mooie portals, videoconsulten en sexy apps verleiden ons als lekkere hapjes en beleg. Ze zien er lekker uit en smaken naar meer. Maar vaak ontbreekt een goede basis en blijft de acceptatie beperkt. We vergeten het brood en blijven daarom met honger achter. Maar als je met brood wil beginnen, hoe doet u dat dan? Hoe krijgt u e-health aan de praat? Een antwoord is het BEREGEBRUIK; de drie-eenheid van de basis van e-health succes: BEhoefte, RElevantie en GEBRUIKsvriendelijkheid.

BEHOEFTE:

Welke behoefte vervult de applicatie? Dit wordt zeer vaak verward met het middel. Bijvoorbeeld: Patiënt kan het dossier inzien of de dokter wil met een app de status inkijken. De hamvraag is echter: waarom? Want dan komt u pas achter de achterliggende behoefte en die moet u juist adresseren. En dan blijkt vaak dat het bedachte middel niet past. En vaak gaat het proces andersom. Iemand maakt een middel en gaat op zoek welke behoefte er mee vervuld kan worden.

RELEVANTIE:

Beperk u tot wat relevant is voor het stillen van de behoefte. Het is verleidelijk om zo veel mogelijk informatie of functionaliteit in te bouwen, want  “we zijn toch bezig”. Maar meer is niet beter. Met elke extra stap of functie vermindert het overzicht en de kans op slagen. En voor u het weet verdringt het beleg het brood.

GEBRUIKSVRIENDELIJKHEID: Wie wil dat eHealth breed gebruikt en geaccepteerd wordt, moet het makkelijk maken voor de zorgverlener en de patiënt. Zo niet, dan daalt met elk drempel (een extra login, koppeling, scherm of te openen applicatie) de acceptatie met tientallen procenten. Afdwingen kan soms wel, maar meer liefde en toenadering krijgt u dan niet.

En wees er consequent mee. Bedenk bij elke nieuwe stap of toegevoegde functie wat voor effect is op het beregebruik. En bedenk: minder is meer. Het is niet moeilijk om iets simpels moeilijk te maken. Iets moeilijks simpel maken is het lastigste dat er is, maar geeft het beste resultaat.

How-I-do-it: Veilige communicatie in 2016

(Dit blog is eerder gepubliceerd op Skipr 7-1-2016 )

Voor 2016 heb ik een wensenlijstje met betrekking tot communicatie, met als allerbelangrijkste punt gedeelde besluitvorming. De volgende stap hierin moet zijn herhaalbare, deelbare, begrijpelijke informatie op maat, met respect voor privacy, voor bijna iedere patiënt.

Het hoofddoel van de zorg is goede patiëntenzorg. Als privacy je hoofddoel is, moet je vooral geen aantekeningen maken en niets opslaan. Iedereen snapt dat dat ongewenst is. Communicatie en overdracht wordt onmogelijk en daarmee stort de zorg voor patiënten in elkaar. Maar toch wordt dit in strenge privacy discussies met hoge drempels soms een bijzaak. Andersom wordt er vaak te licht gedaan over privacy. Zo vaak worden gegevens toch niet gestolen…

Maar als dokter maak ik me vooral zorgen over het medisch beroepsgeheim. En om hier meteen even duidelijk over te zijn: het beroepsgeheim is er voor de patiënt, niet voor de dokter. Een patiënt moet er absoluut op kunnen vertrouwen dat wat hij vertelt vertrouwelijk blijft. Anders gaan patiënten aspecten verzwijgen door angst voor lekken. Met enorme negatieve effecten op diagnostiek en behandeling en vertrouwen in de relatie. Daarom steigeren artsen bij elke aantasting van het beroepsgeheim zoals in 2015 bij de wmo-invoering en bij fraudebestrijding.

Balans

Het gaat dus om balans. En laat ik als practicus niet in vage termen blijven hangen. Hierbij mijn, zuiver subjectieve, ‘How-I-do-it’ van 2015 en ‘What-I-want’ in 2016. Hierbij is de voornaamste overweging werkbaarheid en balans, met als belangrijkste leidraad en norm die van de KNMG. Van de dokters dus, niet de zoveelste juridische/industrie gerichte technische norm.

Mijn basis voor medische communicatie blijft ons elektronisch patiëntendossier. Makkelijk brieven sturen met Edifact naar de huisarts. Nagenoeg alles digitaal inzichtelijk en ook thuis veilig via VPN. Binnen het ziekenhuis werkt mail uitstekend, want het blijft op de eigen ziekenhuisserver. Buiten het eigen ziekenhuis wordt het lastig en begint het balanceren. Gemak werkt het best.

Maar voor externe doeleinden vind ik gewone mail nog steeds onacceptabel met patiëntengegevens. Leesbaar op het openbare internet is me een stap te ver. Ik schrijf toch ook geen patiënteninformatie op een briefkaart? Secure mail als Verimail of nu Protonmail gebruikte ik al jaren, maar bleef beperkt. Wel veilig, zonder in te hoeven loggen, maar voor de ontvanger te veel uitleg nodig. Dus zolang de ziekenhuizen nog geen breed gedragen onderling systeem hebben, blijft het de gewone papieren brief en bij spoed de fax. :-((

Het onveilige WhatsApp

Voor snelle onderlinge communicatie (ook met externe KNO-artsen in de dienst) is bij de KNO het onveilige WhatsApp nu vervangen door Threema. De applicatie werkt voorbeeldig op alle platformen met bijna het gemak van WhatsApp. Maar veilig door end-to-end encryptie, pincode en verschillende verificatie niveaus. Dus met veilige uitwisseling van foto’s en gegevens. Gelukkig is het niet gratis, zodat beheer gewaarborgd blijft. En omdat het een internationale (Zwitserse) applicatie is, blijven de kosten beperkt tot een paar euro.

Voor communicatie met patiënten ben ik dit jaar gestopt met secure mail. De verificatie is te veel werk en voor informatie geven is Inforium veel handiger. Dit is een gamechanger geworden sinds vorig jaar. Het veilig brengen van relevante internetpagina’s en multimedia naar patiënten is een enorme stap gebleken voor zowel voorlichting als gedeelde besluitvorming. In 2015 hebben we opnieuw een stap genomen. Communicatie voor het spreekuur. Door de koppeling met Zorgdomein en het telefooncentrum begint bij bijna een derde van de nieuwe patiënten het consult al thuis. Met specifieke informatie en vragenlijsten om thuis in te vullen. Gewoon via hun mailbox.

Wensenlijstje

Ik heb een wensenlijstje met betrekking tot communicatie voor 2016. Een overkoepelend onderling ziekenhuiscommunicatiesysteem. Videoconsulting met huisartsen zou mooi zijn, maar is logistiek een uitdaging. Mogelijk wat verrassend, staat videoconsulting met patiënten niet in mijn wensenlijst. Voordelen worden overschat en beperkingen onderschat. Veel belangrijker: Ik wil een digitaal spreekuur. Waarin je niet tegelijkertijd online hoeft te zijn. Dus zonder afspraak ieder op zijn eigen tijd communiceren. Juist het loskoppelen van tijdsynchronisatie is een potentiële winst voor communicatie en effectiviteit.

Maar mijn allerbelangrijkste wens voor communicatie in 2016 heeft te maken met gedeelde besluitvorming. Kennis is cruciaal en dat begint bij overdracht van relevante informatie. De volgende stap moet genomen worden. En dat is herhaalbare, deelbare, begrijpelijke informatie op maat, met respect voor privacy, voor bijna iedere patiënt. Want daarmee zorgen we voor grip en begrip voor patiënt over zijn ziekte en behandeling. En daar doen we het toch voor?

Hogere prijzen, lagere kosten. Stem voor onze zinnige zorg.

Een operatie zoals buisjesplaatsing wordt vaak gezien als oplossing voor alle oorproblemen. Uit onderzoek blijkt dat dit vaak niet het geval is en de aandoening uit zichzelf vaak overgaat. Daarom is de richtlijn: opereren bij veel klachten, afwachten bij weinig klachten. Bij de KNO in het Flevoziekenhuis laten wij de patiënt een groot deel van de keuze door eerst uitgebreid te informeren omtrent de voor en nadelen van elke optie volgens deze richtlijn. We maken de informatie herhaalbaar voor thuis door middel van een Inforium mail met infogram, video en keuzeinformatie om over de beslissing na te denken. En plannen een volgend consult voor beantwoorden van vragen en een gezamenlijke beslissing.

Sommige mensen kiezen voor operatie, andere voor afwachten. Uit de cijfers blijkt dat met tijd en kennis veel meer mensen kiezen voor een afwachtend beleid. Tot ieders tevredenheid. Deze aanpassing van het beslissingsmodel (Samen Beslissen) kost meer tijd (2 consulten) en moeite (Inforium). Daarom hebben we nu de hoogste prijs voor consult middenoorontsteking.

doktersrekening buisjes

Omdat we 2 consulten doen, waar andere er 1 doen. En toch de laagste zorgkosten, omdat we veel minder operaties doen. Dia0Herhaalbare, deelbare, begrijpelijke digitale patiënten informatie, samen beslissen en lagere kosten. Dat noemen we nou zinnige zorg.

Ondersteun ons door op ons te stemmen voor de Zinnige Zorg Award 2016 https://www.vgz.nl/zinnige-zorg-award/langer-praten-minder-buisjes?vid=1&nom=Flevoziekenhuis&titel=Langer%20praten%2C%20minder%20buisjes

 

Begin met het brood!

De succesverhalen over e-health vliegen je om de oren, vooral in de media. Een ICT-bedrijf heeft een baanbrekende medische app ontwikkeld. De manager heeft een prachtige portal aangeschaft en de visionaire dokter heeft die morgen al voor hem klaar. Vaak lijkt zo’n project met de eerste patiënten goed te gaan, maar vervolgens bloedt het langzaam dood.

 Klinkt het bekend? Ik weet er helaas alles van. Tien jaar geleden vertelde ik een enthousiast verhaal in een interview over de polikliniek van de toekomst. Alles werkte al, maar helaas is er na een decennium nog bedroevend weinig overgenomen. Nagenoeg geen enkele e-health-toepassing, app, persoonlijk gezondheidsdossier of portal wordt breed in de patiëntenzorg geaccepteerd. Niet door dokters en niet door patiënten. De e-health monitor van NICTIZ laat ook al jaren hetzelfde beeld zien. Veel wensen en weinig wol.Anadama_bread_(1)

Te mooi om waar te zijn

Hoe komt dat toch? Eén van de antwoorden is dat het meestal te mooi is om waar te zijn. We laten ons lokken door het beleg, het toefje slagroom op de taart. Maar als je alleen beleg eet, hou je honger. En dat is de essentie, we kijken naar het beleg en niet naar het brood.

Zorg is gecompliceerd. Elke simpele handeling heeft grote consequenties voor andere processen. De juridische en privacy drempels zijn enorm. ICT-systemen en bovendien zijn e-health-oplossingen vaak vanachter het bureau bedacht, zonder connectie met de werkvloer. Vergoeding is lastig. Het project wordt betaald, maar over financiering voor de langere termijn is niet nagedacht. De grootste barrière, ten slotte, is een gebrek aan relevante inhoud en gebruiksvriendelijkheid.

Toch is dit geen pleidooi om niet aan e-health en innovatie te doen. Integendeel. Mijn oproep is: “Begin met het brood!” Beschouw de behoefte van de patiënt om te weten wat er aan de hand is en wat er gaat gebeuren als de honger en zie basisinformatie als het brood om die honger te stillen. Zonder begrip geen grip. Zonder kennis geen keuze.


Dokter Google

We zien die honger heel duidelijk terug in de praktijk. Want waarom is dokter Google zo prominent aanwezig na de spreekkamer? Grotendeels omdat de mondelinge informatie van artsen meteen vergeten wordt en we nauwelijks alternatieven aandragen. Soms een foldertje (Wanneer heeft u voor het laatst een folder gelezen?) of we verwijzen naar een website, waar patiënten zelf maar moeten zoeken waar de benodigde informatie staat. Geen wonder dat men gaat Googelen om de honger naar informatie te stillen.

Hou het simpel en breed. Het brood moet gemakkelijk toegankelijk zijn voor patiënt. En gemakkelijk te geven, want scheep de dokter niet op met enorm ingewikkelde applicaties. Begin niet met mooie apps die ze downloaden en vervolgens niet meer gebruiken. Zet niet meteen in op zwaar beveiligde portals, waar een patiënt maar één keer komt omdat de portal nauwelijks inhoud blijkt te hebben. Ook al omdat elke organisatie zijn eigen portal schijnt te moeten hebben. Nee, begin met eenvoudige tools met basisinformatie, niet meteen alle onbegrijpelijke medische persoonlijke gegevens. Die oplossingen komen later allemaal echt wel.

Negeer de heerlijke verleiding van het beleg. Bedenk dat het een stuk lekkerder is met goed brood eronder. En veel voedzamer. Kortom: stil de honger, begin met het brood!

Dit blog is eerder gepubliceerd bij Skipr:

Wensenlijstje voor Minister Schippers? Makkelijker gezegd…

facts

Bijzondere vraag stelde Minister Schippers me onlangs. Hoe verbeteren we de voorlichting aan patiënten? En wat heb je ervoor nodig dat iedereen dit gaat doen? Want dat de kennisoverdracht naar patiënten sterk te verbeteren is, kan iedereen het snel over eens zijn. Komende woensdag mag ik dus een wensenlijstje presenteren op een dinervergadering bij VWS voor haar en een select groepje vertegenwoordigers van VWS, Kwaliteitsinstituut, Artsenverenigingen en zorgverzekeraars.

Een lijstje lijkt makkelijk, want wensen genoeg. Bijvoorbeeld dat patiënten grip krijgen op hun ziekte en behandeling door voorlichting niet alleen mondeling te geven, maar ondersteund door herhaalbare (digitale, begrijpelijke, eigentijdse) informatie, zoals we voor elkaar krijgen met Inforium. En onderzoek naar de consequenties van gedeelde besluitvorming, ook op organisatorisch en financieel gebied. Zodat we weten wat de resultaten zijn bij brede implementatie. Of een open databank voor betrouwbare patiënteninformatie, zodat iedereen dit kan gebruiken voor voorlichting in hun praktijk, website of app. Hele concrete, haalbare wensen.

Maar er blijft nog wat knagen. Want in de basis van voorlichting en gedeelde besluitvorming ligt bewustwording en attitude. Wij dokters doen ontzettend ons best om correcte betrouwbare informatie op maat aan patiënt te vertellen. Mondeling. Dat de helft meteen vergeten wordt verdringen we gemakshalve omdat dat altijd al zo was. Terwijl we weten dat het enorme consequenties heeft voor begrip en ook grip op de ziekte voor patiënt. Maar ook voor ons eigen werk. De resultaten van onze inspanningen om patiënt beter te maken hangt grotendeels af van therapietrouw.  En als we aan gedeelde besluitvorming willen doen, is het eerste wat van belang is dat kennis  overgedragen wordt op een begrijpelijke en herhaalbare manier. Want kiezen zonder kennis is een pseudo-keuze.

Er zijn in de afgelopen jaren met de ontwikkeling van internet enorm veel mogelijkheden bijgekomen. Informatie via internet is de gewoonste zaak van de wereld in andere branches. Betrouwbare gezondheidsinformatie is er eveneens in overvloed.  BetrouwbareBron.nl bijvoorbeeld heeft de online patiënteninformatie van tientallen, geaccrediteerde, non-profitorganisaties in een enorme databank gestopt. En de vorm van informatie is veranderd en verbeterd. Filmpjes zeggen vaak meer dan woorden. Dat is het geheim van het succes van YouTube als informatiemedium. Website informatie is meestal veel toegankelijker dan lange lappen tekst in folders en aanklikbare hyperlinks naar achtergrondinformatie kan met papier niet. En digitale voorlichting is niet alleen herhaalbaar, maar ook deelbaar geworden, dus ook voor de partner die er niet bij was of de tante in Nieuw Zeeland. Er is dus genoeg verbeterpotentieel.

Het bijzondere is dat als je met collega dokters praat, men het meestal eens is. De meeste dokters willen wel. En er zijn ook zeer eenvoudig te gebruiken tools voor. Waarom wordt het dan zo weinig gebruikt door zorgverleners en sturen we mensen de deur uit met niks of een knullig papiertje om op een bepaalde website maar eens te gaan zoeken? Het antwoord is dat er geen urgentie of prioriteitsgevoel is. We zouden wel willen, maar het kost tijd en er zijn nog zoveel andere dingen, de administratie moet immers wel af. Dus het blijft liggen. Terwijl een optimale communicatie tussen dokter en patiënt juist de essentie van ons vak is.

De wens bovenaan het lijstje zou dus moeten zijn: Hoe krijgen we het gevoel van urgentie en prioriteit bij de dokters in het hoofd? En vooral in de benen zodat we grote stappen kunnen zetten in herhaalbare, eigentijdse voorlichting en gedeelde besluitvorming? Helaas is dat een wens die Minister Schippers niet zal kunnen vervullen. Dat moeten we zelf doen. Maar hoe ? Ik weet het helaas ook niet. U wel?questions

NB Ik sta open voor suggesties via Twitter, LinkedIn of via dit blog.

IDEM (12,5 jaar Flevoziekenhuis)

Een 12,5 jaar werkjubileum is eigenlijk niet zo bijzonder. Dus des te meer reden om het bijzonder te maken. Vaak komt er een uitgebreid dankwoord aan het einde van de carriere of bij een afscheid. Maar eigenlijk is dat jammer. Het is juist van belang om af en toe de waan van de dag te verlaten en een moment te reflecteren op het heden en verleden. En te eren wie ere toekomt en te delen met je omgeving.

In 2002 solliciteerde ik als jonge klare KNO-arts in het Flevoziekenhuis. DestijdFlevoziekenhuiss was dat niet voor de hand liggend. Maatschappen verdienden nog veel geld en een loondienstbetrekking als KNO-arts was niet voor de hand liggend. Het Flevoziekenhuis was echter anders dan andere ziekenhuizen. Groeiend, jong en innovatief, dat sprak me wel aan. En andersom ook, omdat ik als eerste deeltijdopleiding KNO-arts (wat nu normaal is, maar destijds een unicum) niet standaard was. En jong waren we zeker, met gemiddelde leeftijd van 38 jaar een van de jongste grotere vakgroepen KNO in Nederland.

Het bleek een goede keus te zijn voor beide kanten. Alhoewel we uit 4 verschillende opleidingsklinieken kwamen, was het samenwerken uitstekend. Het Flevoziekenhuis groeide ook als kool wat zijn voor- en nadelen had. Door chronisch ruimtegebrek zaten we met zijn vijven opgepropt in 2 spreekkamers en 1 werkkamer tot we met het binnenhalen van de opleiding een derde kamer kregen. Maar het voordeel was dat alle dokters elkaar kenden met gezamenlijke lunch in de oude kantine. Dat is nu wel anders. Het werken in loondienst beviel me goed, omdat de vraagstukken voornamelijk inhoudelijk waren. En omdat we eager waren hebben we een decennium geleden als KNO vakgroep  onze missie neergezet in een beleidsplan, en die staat nog steeds. Optimale, innovatieve KNO-basiszorg met specifieke aandachtsgebieden voor de inwoners van Almere. En dat hebben we ook waargemaakt.

Door de keuze voor basis KNO zorg konden we hierin gaan excelleren. Zorg zo dicht en zo goed mogelijk bij de bij de patiënt  zelf leggen. Er werd fors ingezet op intensieve samenwerking met huisartsen, door bv. het geven van bijscholingscursussen en maken van transmurale afspraken. Het luisteren naar patiënten, overleg en uitleg en voorlichting werd core business. Ongemerkt zijn we naar gedeelde besluitvorming ontwikkeld, wat nu helemaal hot is, maar voor ons dagelijkse praktijk. Dat de KNO zorg er ook nog een stuk goedkoper van werd is een onverwachte bonus. En we proberen deze visie uit te dragen door het opleiden van toekomstige collega artsen en KNO-artsen. Innovatie speelt hierin een sleutelrol. Modernisering met ons eigen gebouwde KNO-EPD, afspraken online met Mijn Flevoziekenhuis.nl en patiëntondersteuning en begeleiding door digitale, multimedia informatie met Inforium hebben geleid tot zowel zeer tevreden als meer “empowered” patiënten. En dit werd ook gezien. In de afgelopen jaren hebben we zowel intern als extern veel waardering ontvangen, niet alleen door mooie woorden en hoge tevredenheidscijfers, maar ook uitstekende visitaties en  verschillende prijzen en oorkondes.

En van deze sfeer genoot en geniet ik zeer. Als mensen vragen waarom ik nog steeds op en neer van Groningen (mijn woonplaats) naar Almere reis, zeg ik vaak dat er in het Flevoziekenhuis slechts 1 zekerheid is. Dat het over een half jaar weer allemaal anders is. Je moet van dynamiek houden om in het Flevoziekenhuis prettig te werken.

Het is niet allemaal rozegeur en maneschijn. Bezuinigingen en het uitdijende oerwoud van administratie en vaak onlogische regels maken het werk niet makkelijker, noch beter. Het is ook voor het allereerst, dat ik mijn kinderen niet meteen zou adviseren om dokter te worden. En dat is zorgwekkend. Want ik vind het artsenvak fantastisch. Maar de rompslomp eromheen betekent dat je gevoel met het vak vermindert. En als je het hart uit de mensen in de zorg weghaalt, haal je het hart uit de zorg weg. Het is dus hoog tijd om het werkplezier weer terug te veroveren.

Voor mij is er toch iets nog belangrijker. Ik heb een redelijke simpele leefregel. Je bent gelukkig als je met plezier naar je werk gaat en met plezier naar huis gaat. En beiden is het geval. En dat komt hoofdzakelijk door de mensen.

Want de mensen in het Flevoziekenhuis hebben mij heel erg veel geleerd. Niet alleen medisch, maar vooral ook doordat iedereen kwaliteiten heeft waar je bewondering voor kan hebben en een voorbeeld zijn. Het bejaarde slechthorende echtpaar dat gelukkig kibbelend in mijn spreekkamer zit.  De patiënt met ALS die tegen beter weten in een afspraak over een jaar maakt. Onze “dames” die elkaar opvangen als het tegen zit en elkaar met What’s app op de hoogte houden, ook vanuit huis. En met name natuurlijk Marleen, onze nestor, die de basis van de vakgroep gelegd heeft en me geleerd heeft om emoties te kanaliseren naar efficiëntie, Jan Willem met zijn ongebreidelde enthousiasme, Julie, mijn en ons aller geweten en Brechtjes warmte. Zij zorgen er gezamenlijk voor dat de rit naar Almere een fijne is.

Nu dus toch het onvermijdelijke dankwoord. De duizenden patiënten, waar je het allemaal voor doet. Alle collega’s in het Flevoziekenhuis, waarmee ik zowel de medisch specialisten en bestuurders bedoel als de schoonmaaktser die elke dag de vuilnisbakken leegt. Dank aan degenen die inmiddels vertrokken zijn, maar de beleving rijker hebben gemaakt: Jasper die een andere mooie plaats gevonden heeft. Ward, die ik nu nog mis. En Christine, Brigitte, Latifa, Jolande, Mariska, Antoinette, Joyce, de KNO AIOSsen en nog vele anderen.

Respect heb ik nu voor Wendy,Karin, Monique, Marjolein, Saira,Tabitha,Suus, Naomi, Marijke, Janny, Rebecca, Esmeralda, Rita,Hetty, Sonja en Anneloes die het nog steeds dagelijks met me uithouden. En vooral, als eerder genoemd, Marleen, Julie, Jan Willem en Brechtje.

Het is een lang verhaal geworden. Gesproken woorden vervliegen, net als in de spreekkamer. Daarom heb ik het herhaalbaar gemaakt, ook voor degenen die er niet bij zijn. En complimenten moet je ook breed verspreiden.Want goed voorbeeld doet goed volgen en jullie zijn goede voorbeelden. Ik leer nog elke dag van jullie en gezamenlijk hebben jullie op verschillende facetten meegeholpen om te worden hoe ik ben. Mijn dank daarvoor. Ik hoop de komende jaren nog veel van jullie te leren. Het Flevoziekenhuis is voor mij een bijzonder ziekenhuis en het zijn de mensen die het zo maken. En ik hoop dat ik over 20 jaar slechts  een zeer korte speech hoef te houden van slechts 1 woord:

“IDEM”

flevo avond